Verhaal Hoe dateert een archeoloog zijn vondsten?
- Geschreven door Frans Diederik
- |
- Gepubliceerd op 14 november 2011
- |
- 517 keer bekeken
- E-mail dit verhaal of deel dit verhaal op:
Een van de meest voorkomende vragen uit het publiek tijdens een archeologisch onderzoek is steevast: ‘Hoe weten jullie nou hoe oud dat is?’ Hierop wordt meestal geantwoord dat je daar veel ervaring voor moet hebben. Dat is natuurlijk wel zo, maar het is ook een sterke versimpeling van een veel gecompliceerder geheel.
In een nederzetting hebben de bewoners van toen afval achtergelaten, dat vaak al een redelijke aanwijzing geeft voor de datering. Mensen van 2000 jaar geleden gebruikten andere potten dat onze voorouders uit de Gouden Eeuw en als je als archeolooog wat ervaring hebt, kun je op basis van dat aardewerk vaak binnen een of twee eeuwen dateren. Om nauwkeuriger te dateren op basis van aardewerk, heb je dan een deskundige nodig; iemand die zich helemaal heeft gespecialiseerd op aardewerk uit een bepaalde periode.
Hout en bottenAlle vondsten die ooit hebben geleefd (dieren , mensen en planten), bestaan voor een groot gedeelte uit koolstof. Koolstof is een materiaal dat ‘vervalt’, dat wil zeggen dat het een bepaalde straling uitzendt die steeds verder afneemt naarmate het voorwerp ouder wordt. In een laboratorium kan de hoeveelheid C14 in een voorwerp nauwkeurig worden gemeten en kan daar een globale datering uit voort komen. Nadeel van deze methode is, dat de nauwkeurigheid niet zo groot is en dat er rekening gehouden moet worden met een afwijking die het voorwerp zowel ouder als jongen kan doen zijn. Als er grote stukken hout zijn gevonden, kunnen we wel erg nauwkeurig dateren; de groeiringen van hout uit een bepaald gebied vertonen bij alle aanwezige bomen eenzelfde patroon: in een goed jaar een dikke ring en in een slecht jaar een dunne. De specifieke opeenvolging van dunne en dikke ringen kan dan worden vergeleken met de complete reeks die we van nu tot enkele duizenden jaren voor de jaartelling hebben kunnen opstellen. De allermooiste datering die je dan kunt vinden is:’ gekapt in het najaar van 1382’.
De nieuwste techniekenRehydroxilatie Dis een methode waarbij de hoeveelheid opgenomen vocht in gebakken klei kan worden gemeten. Als aardewerk uit een oven komt, heeft het daar blootgestaan aan hoge temperaturen die ervoor hebben gezorgd dat alle vocht uit het materiaal is verdwenen. Men heeft vastgesteld dat in de loop van eeuwen gebakken klei weer opnieuw vocht gaat opnemen. Door een voorwerp van aardewerk opnieuw bloot te stellen aan een temperatuur van 500 graden Celcius, verdampt dit vocht weer uit het materiaal. Door te wegen wat het verschil is, kan er worden gedateerd. OSL optically stimulated luminescence datering berust op het verschijnsel dat kwarts- en veldspaatkorrels onder invloed van natuurlijke radioactiviteit in de loop van de tijd meer en meer energie opslaan. De energie komt vrij als zichtbaar licht bij verhitting of verlichting. De hoeveelheid vrijgekomen licht is een maat voor de stralingsdosis die de korrel opgelopen heeft sinds de laatste keer in de zon of de pottenbakkersoven. Daarmee vormt het een klok die aangeeft hoe lang geleden een voorwerp verhit is, of hoe lang geleden sediment is begraven. Dit principe is dus niet alleen toepasbaar op zand en klei, maar ook op gebakken klei, oftewel aardewerk.
Probleem van alle genoemde dateringen is dat ze tamelijk kostbaar zijn en voorlopig alleen worden ingezet als er belangrijke vragen zijn die een exacte datering vereisen. Frans Diederik
Gerelateerde verhalen: Purmerends Museum, Kogelpotten, zijn die gevaarlijk?, Terra Sigillata, Schagen, Nes-Noord een opgraving van een IJzertijd nederzetting, De plaats van Noord-Holland binnen Frisia
